rectoraatsgebouw van de VUB - georgesdekinder.com © Urban.brussels

De commissie

De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen biedt een reflectiekader waarin praktijkwerkers en experts met uiteenlopende achtergronden en uit verschillende disciplines zich over de erfgoedkundige evaluatie van projecten.

 

 

 

Een collegiaal orgaan

De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen biedt een reflectiekader waarin praktijkwerkers en experts met uiteenlopende achtergronden en uit verschillende disciplines zich buigen over de erfgoedkundige evaluatie van projecten. De Commissie telt achttien leden die door de regering worden benoemd op basis van hun deskundigheid op het vlak van erfgoedbehoud – twaalf op voordracht van het Brussels Parlement en zes op voordracht van de Commissie, telkens na een oproep tot kandidaatstelling.

De Commissie omvat architecten, ingenieurs, (kunst) historici, planologen, landschapsarchitecten en specialisten op het gebied van natuurlijk erfgoed en historische tuinen, restauratietechnieken, energieprestatie en archeologie, en ook juridische en economische experts.

Om de aanvragen en dossiers te onderzoeken komt de Commissie, onder leiding van haar voorzitter, elke twee à drie weken in plenaire vergadering samen met de directies Stedenbouw en Cultureel Erfgoed. Ze vergadert in het Arcadiagebouw op de Kunstberg, in de lokalen van Urban Brussels (Brussel Stedenbouw en Erfgoed). Elke aanvraag wordt door een of meer leden van de Commissie ingeleid en tijdens de zitting voorgesteld. Na beraadslaging brengt de KCML haar adviezen
collegiaal uit.

Een onafhankelijk adviesorgaan

Als onafhankelijk adviesorgaan adviseert de KCML de regering, op haar verzoek of op eigen initiatief, omtrent het erfgoedbehoud in het Brussels Gewest. Haar belangrijkste opdracht bestaat erin collegiale adviezen uit te brengen omtrent aanvragen tot werken aan beschermde, op de bewaarlijst ingeschreven of niet-gevrijwaarde goederen zoals projecten gepland in vrijwaringszones of met betrekking tot op de inventaris ingeschreven goederen. Ze adviseert ook in het kader van beschermingsprocedures of inschrijving op de bewaarlijst. Tot slot brengt de KCML ook advies uit over de plannen voor erfgoedbeheer 2 . Wanneer het advies van de KCML vereist is voor werken die betrekking hebben op beschermde delen (beschermd of op de bewaarlijst ingeschreven), is het advies bindend wordt het “eensluidend” genoemd. Met haar initiatiefrecht kan de KCML ook zelf een goed ter bescherming of inschrijving op de bewaarlijst voorstellen. Daarnaast kan ze haar ideeën voorleggen aan de regering en aanbevelingen formuleren omtrent uiteenlopende erfgoedkundige thema’s. De Commissie is tevens een van de adviesorganen voor ruimtelijke ordening in het kader van de uitwerking van plannen en verordeningen

Een multidisciplinaire aanpak

De KCML is zich ten volle bewust van de noodzaak van een geïntegreerde benadering en kan, dankzij haar multidisciplinaire samenstelling, talrijke dossiers op diverse niveaus behandelen, gaande van de restauratie van een sgraffito in een herenhuis tot de verlenging van het tracé van de Noord-Zuid Metrolijn. De KCML evalueert de erfgoedkundige uitdagingen in het licht van alle stedelijke componenten –stedenbouw, stadslandschap, stadsvernieuwing, milieubeheer, duurzaamheid, mobiliteit, energieprestaties, enz. Daarbij wil ze verder kijken dan de soms sectorale benadering van dossiers die eigen is aan de administratieve structuur van het Gewest.

 

Afbeelding
Cimetière de Laeken
Cimetière de Laeken - Wim Robberechts © Urban.brussels

Erfgoed en de stad

Naast geïsoleerde gebouwen en beschermde sites is de KCML van mening dat de erkenning van het erfgoed beter moet worden geïntegreerd op territoriaal niveau, met name om de waarde te verhogen van de grote stedelijke en landschappelijke composities die bijdragen tot de identiteit van het Brussels Gewest en de kwaliteit van de stedelijke omgeving.

De KCML is ervan overtuigd dat het mogelijk is geheugen en project, erfgoedbenadering en hedendaagse benadering, beter met elkaar te verzoenen op het niveau van stedenbouw en landschap, zoals men dat doet voor een gebouw of een site. Het gaat er niet noodzakelijk om alles te behouden, maar het is belangrijk dat de samenhang van het verhaal dat aan de stad als geheel ten grondslag ligt, wordt omgevormd.