Cimetière de Laeken - Wim Robberechts © Urban.brussels

Adviezen over beschermde goederen

Adviezen over unieke vergunningen

In het geval van een beschermd of op de bewaarlijst ingeschreven goed (waarvoor de onderzoeksprocedure loopt of dat definitief beschermd is), zijn alle uit te voeren werken onderworpen aan een unieke stedenbouwkundige vergunning. In het Brussels Gewest heeft de unieke vergunning betrekking op zowel stedenbouwkundige als erfgoedkundige aspecten. De aanvraag wordt ingediend bij de administratie (Urban.brussels) en bestaat uit een stedenbouwkundig en een erfgoedkundig luik. De gemachtigde ambtenaar levert de vergunning af in naam van de Regering.

Voor een deel van de aanvragen moet het advies van de KCML worden ingewonnen*. Dat advies is eensluidend (m.a.w. bindend) voor de beschermde delen wat betekent dat de voorwaarden uit het advies opgenomen moeten worden in de unieke vergunning. In geval van geschil kan tegen de unieke vergunning beroep worden aangetekend bij de Regering.

Zie op kaart

Principeadviezen

Om de aanvragen voor werken aan al dan niet beschermd erfgoed vlotter te laten verlopen, moedigt de KCML de aanvragers aan om de Commissie al van in het beginstadium te raadplegen over de principes en de grote lijnen van de geplande ingrepen. Ze kunnen hiertoe in een vroeg ontwerpstadium een principeadvies van de KCML inwinnen.

Die manier van werken wordt sterk aangeraden omdat procedure inzake de unieke vergunning weinig soepelheid toelaat in de administratieve behandeling van de dossiers. De ervaring leert dat de principeadviezen, gecombineerd met voorbereidende vergaderingen, een positieve impact kunnen hebben op zowel de kwaliteit van de ingrepen als het goede verloop van het project.

Dankzij deze adviezen kunnen bepaalde opties indien nodig snel worden bijgestuurd en kunnen geschikte oplossingen worden gevonden vooraleer een volledig aanvraagdossier tot unieke vergunning wordt opgemaakt.

Zie op kaart

Adviezen uitgebracht in het kader van de opvolging van eensluidende adviezen

Sommige adviezen kaderen in de opvolging van reeds uitgebrachte eensluidende adviezen. In dat geval formuleert de Commissie doorgaans aanvullende opmerkingen of nuances bij die adviezen. Ze vormen meestal het antwoord op vragen die de cel Werken van de Directie Cultureel Erfgoed (DCE) formuleert wanneer ze wordt geconfronteerd met wijzigingen of onvoorziene omstandigheden tijdens de werken. Ze dragen ook bij aan de uitwerking van aangepaste plannen in het kader van een aanvraag tot wijziging van een vergunning.

Zie op kaart

Adviezen in het kader van plannen voor erfgoedbeheer

Het BWRO voorziet in de mogelijkheid plannen voor erfgoedbeheer uit te werken voor het beheer van beschermde of op de bewaarlijst ingeschreven landschappen of gehelen. Het plan voor erfgoedbeheer is een globaal beheersinstrument waarvan de bepalingen verordenende waarde hebben. Het beoogt het coherente, harmonieuze en homogene beheer van goederen die tot het onroerend erfgoed behoren.

In het kader van de plannen voor erfgoedbeheer wordt de KCML een eerste keer geraadpleegd voor de uitwerking van het plan (art. 242/3), en nadien nogmaals over het ontwerpplan (art. 242/8).

Zie op kaart

Adviezen over niet-beschermde erfgoed (Vrijwaringzone, Inventaris, Vòòr 1932)

Een groot deel van de adviezen die de Commissie uitbrengt, betreft werken aan gebouwen of landschappen die niet beschermd zijn en niet op de bewaarlijst zijn ingeschreven. Deze adviesaanvragen gaan uit van de gemeenten of van Urban.brussels. Ze zijn verplicht voor een goed dat is gelegen in de vrijwaringszone van een beschermd goed (BWRO, art. 228 en art. 237 §1) en facultatief wanneer het goed is opgenomen in de wettelijke inventaris of dateert van voor 1932 (BWRO, art. 207). Deze adviezen van de KCML zijn in die gevallen niet bindend maar richtinggevend. Het gaat om aanbevelingen die nuttig zijn voor het goede behoud van het niet-beschermde erfgoed en zijn onmiddellijke omgeving. De beslissing om deze aanbevelingen al dan niet te volgen, ligt bij de gemeente of bij de gemachtigde ambtenaar van Urban.brussels.

Zie op kaart

Adviezen over virjwaringvoorstellen (Bescherming of bewaring)

Inzake vrijwaring wordt de Commissie geraadpleegd door de directie Cultureel Erfgoed over de vraag of het raadzaam is een goed te beschermen of op de bewaarlijst in te schrijven, en dit voor zowel gebouwen als landschappen. Aan het einde van de procedure formuleert de Commissie een antwoord op de eventuele opmerkingen of bezwaren van de eigenaars en de gemeenten. De Commissie kan ook op eigen initiatief een goed voordragen voor bescherming of bewaring. De uiteindelijke beslissing om een goed al dan niet te vrijwaren komt aan de Regering toe.

Zie op kaart

Adviezen over stedenbouwkundige plannen

De strategische plannen

Deze plannen bepalen de strategie inzake ruimtelijke ordening binnen het Brussels Gewest. Hun krachtlijnen vloeien voort uit de basisprincipes van de ruimtelijke ordening. Ze hebben geen kracht van wet en hun naleving en toepassing berusten bij de politieke overheid op wiens initiatief deze worden opgemaakt.

Het Gewestelijk Ontwikkelingsplan (GewOP) behandelt het volledige grondgebied van het Gewest.

De Gemeentelijke Ontwikkelingsplannen (GemOP) betreffen het hele gemeentelijke grondgebied.

De richtplannen, die werden uitgedacht in het kader van het GewOP van 2002, zijn ontwikkelingsinstrumenten voor bepaalde strategische gebieden van gewestelijk belang: de GGB’s (Gebieden van Gewestelijk Belang, bepaald door het GBP), de hefboomgebieden (bepaald door het GewOP), en de PGB’s (Perimeters van Gewestelijk Belang).

De plannen van aanleg met verordenende waarde

Deze plannen leggende functies (huisvesting, kantoor, groene ruimte, enz.) in de verschillende buurten vast en regelen hun geografische spreiding. Ze omvatten grafische (bepaling van de gebieden) en schriftelijke voorschriften (wat in elk gebied mag gebeuren). De voorschriften van het plan zijn dwingend en bepalen de afgifte van de stedenbouwkundige vergunningen.

Gewestelijk niveau: het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP)

Het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP) vormt de referentie voor de ruimtelijke ordening in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het GBP is van kracht in het hele Gewest, het is uniek en het bepaalt een algemene indeling in gebieden. Dit belangrijke hulpmiddel voor ruimtelijke planning sluit aan bij de koers van het GewOP en kan de noodzakelijke wijzigingen aangeven die moeten worden aangebracht in de Gemeentelijke Ontwikkelingsplannen (GemOP’s) en in de Bijzondere Bestemmingsplannen (BBP’s)

Gemeentelijk niveau: de Bijzondere Bestemmingsplannen (BBP)

De gemeenten stellen BBP’s voor die de ruimtelijke ordening van bepaalde deelgebieden vastleggen. Ze omlijnen de bestemmingen van het GBP, leggen bebouwbare en niet - bebouwbare gebieden vast, bakenen de openbare en de private ruimten af, enz. Ze bevatten op het gebied toepasbare voorschriften m.b.t. toegestane bebouwing, hoogte, materialen, enz. De gemeenten houden een kaart bij waarop de verschillende BBP’s op hun grondgebied worden aangegeven.

De RPA (Richtplannen van Aanleg)

Het Richtplan van Aanleg (RPA) is een instrument dat op gewestelijk niveau wordt opgemaakt en het mogelijk maakt zowel de strategische als de verordenende aspecten van een stedelijke strategie te definiëren. Dit instrument neemt een belangrijke plaats in de hiërarchie van gewestplannen in. In de strategische zone in kwestie vervangt het RPA strijdige reglementaire bepalingen van de andere plannen. Het RPA bestaat uit twee delen:

een strategisch deel, met richtinggevende waarde, dat de visie en de ambities beschrijft;

een reglementair deel, met dwingend karakter, dat de bindende plannen en voorschriften bevat

Adviezen over stedenbouwkundige verordeningen

De KCML kan door het Gewest of door een gemeente worden geraadpleegd over de

stedenbouwkundige verordeningen. Het BWRO voorziet in de mogelijkheid om twee types stedenbouwkundige verordeningen uit te vaardigen:

• de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening (GSV)

• de Gemeentelijke Stedenbouwkundige Verordening (GemSV/GemSZ)

Deze verordeningen bevatten bepalingen voor de stedenbouwkundige kenmerken van de gebouwen of van hun onmiddellijke omgeving (bv. bouwprofiel, volume, vormgeving, stabiliteit). Ze leggen ook de regels voor de aanleg van de openbare ruimte vast.

De GSV staat hiërarchisch hoger dan de GemSV en kan dus niet-conforme bepalingen van de gemeentelijke bepalingen opheffen.

Geplande werken moeten de bepalingen van de stedenbouwkundige verordeningen

naleven hoewel bepaalde afwijkingen van de voorschriften van de stedenbouwkundige verordeningen kunnen worden toegestaan.

Zie op kaart